Acht Stappen naar Geluk
De boeddhistische manier van liefdevolle vriendelijkheid
Door Geshe Kelsang Gyatso
Ook verkrijgbaar als een audioboek (in het Engels) op CD
Dit immens praktische boek brengt een volledig pad van spirituele ontwikkeling in kaart.
Als commentaar op een van de meest geliefde en blijvende leringen van het boeddhisme, Acht Verzen over het Trainen van de Geest, van de grote Tibetaanse Bodhisattva Langri Tangpa, verklaart dit hoe we ieder moment van ons leven kunnen transformeren in een stap op het pad naar innerlijke vrede, en met name hoe we alle moeilijkheden van het leven kunnen transformeren in werkelijk bevrijdende ervaringen.
Geshe Kelsang laat zien hoe al onze problemen voortkomen uit een diep ingesleten neiging om onszelf meer te koesteren dan anderen. Hij legt eenvoudige methoden uit om dit afstompende perspectief uit te wissen en te vervangen door een oprechte wens om anderen te koesteren – de bron van alle goedheid en geluk in deze wereld.
“… brengt kalmte en mededogen in ons wezen.” — THE NEW HUMANITY
Koop dit boek van Tharpa Canada
Koop dit boek van Tharpa UK (Rest of World)
De Goedheid van Anderen Overdenken
Alle levende wezens verdienen het gekoesterd te worden vanwege de geweldige goedheid die ze ons hebben betoond. Al ons tijdelijke en uiteindelijk geluk komt voort uit hun goedheid. Zelfs ons lichaam is het resultaat van de goedheid van anderen. We brachten het niet met ons mee uit ons voorgaande leven – het ontwikkelde zich uit de vereniging van het sperma van onze vader en de eicel van onze moeder.
Nadat onze moeder zwanger was geworden stond ze ons vriendelijk toe in haar baarmoeder te blijven, en verzorgde ons lichaam met haar bloed en warmte, doorstond groot ongemak en ging uiteindelijk door de pijnlijke beproeving van een bevalling ter wille van ons.
We kwamen naakt en met lege handen in deze wereld, en er werd ons onmiddellijk een huis, voedsel, kleding en alles wat we nodig hadden gegeven. Toen we een hulpeloze baby waren beschermde onze moeder ons tegen gevaar, voedde ons, maakte ons schoon en hield van ons. Zonder haar goedheid zouden we vandaag niet in leven zijn.
Doordat we een constante aanvoer van voedsel, drinken en verzorging kregen, groeide ons lichaam geleidelijk van dat van een kleine hulpeloze baby tot het lichaam dat we nu hebben. Deze hele verzorging werd rechtstreeks of indirect geleverd door ontelbare levende wezens. Elke cel van ons lichaam is daarom het resultaat van de goedheid van anderen.
Zelfs diegenen die hun moeder nooit gekend hebben, kregen voeding en liefdevolle verzorging van andere mensen. Het enkele feit dat we vandaag in leven zijn getuigt van de grote goedheid van anderen.
Omdat we dit huidige lichaam met menselijke mogelijkheden hebben, zijn we in staat van alle genoegens en mogelijkheden van menselijk leven te genieten. Zelfs eenvoudige genoegens zoals een wandeling maken of een prachtige zonsondergang bekijken kan gezien worden als het resultaat van de goedheid van ontelbare levende wezens. Onze vaardigheden en mogelijkheden komen allemaal van de goedheid van anderen; er moest ons worden geleerd hoe we moeten eten, lopen, praten, en lezen en schrijven.
Zelfs de taal die we spreken is niet onze eigen uitvinding maar het product van veel generaties. Zonder taal konden we niet met anderen communiceren, noch hun ideeën delen. We konden dit boek niet lezen, Dharma leren en zelfs niet helder denken. Alle mogelijkheden die we voor lief nemen, zoals huizen, auto’s, wegen, winkels, scholen, ziekenhuizen en bioscopen zijn enkel geproduceerd door de goedheid van anderen. Wanneer we met de bus of auto reizen nemen we de wegen voor lief, maar veel mensen werkten heel hard om ze te bouwen en ze voor ons veilig te maken.
Het feit dat sommige mensen die ons helpen niet de intentie hebben om dit te doen is niet relevant. We ontvangen voordelen van hun handelingen, dus vanuit onze standpunt is dit een goedheid. In plaats van ons te richten op hun motivatie, die we in ieder geval niet kennen, zouden we ons moeten richten op het praktische voordeel dat we ontvangen. Iedereen die op enige manier bijdraagt aan ons geluk en welzijn verdient onze dankbaarheid en respect. Als we alles zouden moeten teruggeven dat anderen ons gegeven hadden, zouden we niets meer over hebben.
We zouden kunnen aanvoeren dat we de dingen niet gratis krijgen maar ervoor moeten werken. Wanneer we gaan winkelen moeten we betalen, en wanneer we eten in een restaurant moeten we betalen. We hebben misschien een auto tot onze beschikking, maar we moesten de auto kopen, en nu betalen we voor de benzine, belasting en verzekering. Niemand geeft ons iets voor niets. Maar hoe komen we aan dit geld? Het is waar dat we in het algemeen moeten werken voor ons geld, maar het zijn anderen die ons werk verschaffen of onze goederen kopen, en dus zijn zij het die ons indirect van geld voorzien.
Bovendien is de reden dat we bepaald werk kunnen doen dat we de noodzakelijke training of opleiding hebben ontvangen van andere mensen. Waar we ook kijken, we vinden alleen de goedheid van anderen. We zijn allemaal onderling verbonden in een web van goedheid waarvan we onszelf onmogelijk kunnen afscheiden. Alles wat we hebben en alles waarvan we genieten, inclusief ons leven zelf, komt door de goedheid van anderen. In feite ontstaat elk geluk dat er is in de wereld als gevolg van de goedheid van anderen.
Onze spirituele ontwikkeling en het zuivere geluk van volledige verlichting hangt ook af van de goedheid van levende wezens. Boeddhistische centra, Dharma boeken en meditatie cursussen komen niet uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van het harde werk en de toewijding van veel mensen. Onze mogelijkheid om Boeddha’s leringen te lezen, overdenken en erop te mediteren hangt volledig af van de goedheid van anderen. Bovendien zouden we, zoals later uitgelegd wordt, nooit de deugdzame kwaliteiten kunnen ontwikkelen die nodig zijn om verlichting te bereiken, zonder levende wezens om aan te geven, om ons geduld te testen of om mededogen voor te ontwikkelen.
Kortom, we hebben anderen nodig voor ons lichamelijke, emotionele en spirituele welzijn. Zonder anderen zijn we niets. Ons gevoel dat we een eiland zijn, een onafhankelijk zelfverzorgend individu, heeft geen relatie tot de werkelijkheid. Het is dichter bij de waarheid onszelf te zien als een cel in een uitgestrekt lichaam van leven, verschillend van maar toch innig verbonden met alle levende wezens. We kunnen niet zonder anderen bestaan en zij op hun beurt worden beïnvloed door alles wat wij doen. Het idee dat het mogelijk is ons eigen welzijn veilig te stellen, terwijl we dat van anderen negeren of zelfs ten koste van anderen doen, is volledig onrealistisch.
Terwijl we de ontelbare manieren waarop anderen ons helpen overdenken, zouden we een krachtig besluit moeten nemen: “Ik moet alle levende wezens koesteren, omdat zij zo vriendelijk voor mij zijn.” Gebaseerd op dit besluit ontwikkelen we een gevoel van koestering – een gevoel dat alle levende wezens belangrijk zijn en dat hun geluk er toe doet.
We proberen onze geest eenpuntig te vermengen met dit gevoel en houden dit zolang als we kunnen vast zonder het te vergeten. Wanneer we uit de meditatie komen proberen we deze geest van liefde te handhaven, zodat wanneer we iemand ontmoeten of wanneer we ons iemand herinneren we vanzelf denken: “Deze persoon is belangrijk, het geluk van deze persoon is belangrijk”. Op deze manier kunnen we het koesteren van levende wezens tot onze belangrijkste oefening maken.
© Geshe Kelsang Gyatso & New Kadampa Tradition